De misvatting tussen hoog- en laagopgeleid

Toen ik in groep acht van de basisschool zat, ergens aan het begin van dit millennium, waren er twee mogelijkheden voor mijn vervolgopleiding. Er was een middelbare school waar vmbo kader, basis en gemengd zaten. En er was een andere middelbare school waar alles van vmbo t tot gymnasium zich bevond. Mijn meester drukte zich altijd diplomatiek uit en zei: de eerste school is voor kinderen die liever met hun handen werken en de tweede school voor kinderen die liever met hun hoofd werken. In onze hoofden wisten we dat het anders zat. De ene school was voor laag- en de andere voor hoogopgeleiden. Bij de eerste school had je gefaald en bij de tweede school werd je gelouwerd. Zelf kon ik gelukkig goed leren en ik ging naar school twee, maar pas jaren later besef ik hoe de kinderen zich gevoeld moeten hebben die naar school één gingen. In de eerste tien minuten van de wedstrijd stonden ze al met 3-0 achter.

De wedstrijd gekanteld

Daarom doet het me deugd dat de wedstrijd inmiddels is gekanteld. Nederland heeft een schromelijk tekort aan bouwvakkers, elektriciens en loodgieters. Oftewel, aan kinderen die naar school één gingen. Ikzelf heb net een master sociologie afgerond aan de universiteit. Aan afgestudeerde sociologen is echter niet per se veel behoefte. Nu kom ik ook wel goed terecht, maakt u zich daar maar geen zorgen over beste lezer, maar ik ben vooral verheugd dat de verliezers van gisteren de winnaars van vandaag zijn. 

De lessen van school één 

Onlangs heb ik een appartement gekocht met mijn vriendin. Toevallig kwam toen een man op bezoek met wie ik vroeger op de basisschool zat. Een knul die gedoemd werd tot een verblijf op school één. Samen zijn we begonnen aan het opknappen van het appartement. Eerst een afval.nl puincontainer huren en daarna al het puin uit de jaren '30 woning ruimen. Dat bleek niet genoeg voor alle zooi. Gelukkig kon ik heel eenvoudig daarnaast ook een afvalcontainer huren. Bij het afbreken kon ik nog redelijk met mijn oude schoolmakker mee. Bij het opbouwen kon ik slechts toekijken. Terwijl hij de elektriciteit aanlegde en de stopcontacten monteerde, dacht ik steeds: wie is er nou hoog- en wie laagopgeleid? Deze knul heeft allerlei zeer handige skills. Maar wat kan ik nou? De theorie van Max Weber uitleggen, maar veel meer niet. Ik neem me voor om me voortaan wat meer te ontwikkelen in de lessen van school één. De school voor falende kinderen die zeer capabele volwassenen bleek af te leveren.

Geef een antwoord